Overweging Kerstavond door pastoraalwerker Annet Zoet.

maandag 2 januari | Nieuws Franciscus

De overweging van Kerstavond door pastoraalwerker Annet Zoet,
die, door een storing van het geluid, niet door iedereen kon worden verstaan.  

Als we opstaan is het donker en als we thuiskomen, dan is het alweer donker. Niet toevallig, dat we juist in de donkere maand december feest vieren, eerst Sinterklaas en nu vanavond Kerstmis. Al weken lang is er feestverlichting in de winkelstraten en thuis. Thuis staat de kerstboom, hebben we een verlichte ster voor het raam, lichtjes in een boom in de tuin of lichtslang langs de vensterbanken. Kerst is gezelligheid en warmte, lekker eten met familie en vrienden, muziek. 

Maar in het kerstverhaal, dat we hebben gehoord, is dat allemaal ver te zoeken. Een man en zijn hoogzwangere vrouw gedwongen om een reis te ondernemen van Nazareth naar Bethlehem omdat de Romeinse bezetter een volkstelling wil. En in Bethlehem is het door al die mensen die zich moeten laten registreren overvol. Geen plek in de herberg voor Jozef en Maria. Ze vinden onderdak in een stal. En daar bevalt Maria. Het is een wonder, dat zij en haar kindje de bevalling overleven onder die omstandigheden. Want er is niets dan een voerbak om het kindje in te leggen en haar eigen omslagdoek of Jozefs’ mantel om hem in te wikkelen. 

En toch, van dit kind wordt gezegd, dat hij een redder is. Jezus zal hij heten en dat betekent God redt. In dit kind maakt God een nieuw begin met ons. Kerstmis is geen hemels feest, al komen er engelen zingen in het veld om de herders te vertellen over de geboorte van een bijzonder kind, dat Christus, de gezalfde genoemd wordt. Kerstmis wijst naar beneden, naar de aarde, waarop wij mensen leven. Dit kind wordt de gezalfde genoemd. In Israël werden koningen gezalfd als teken van hun uitverkiezing. Dat dit kind geboren werd in een stal als zoon van een meisje dat ongetrouwd zwanger was geraakt, dat herders de eerste waren die deze goede boodschap te horen kregen, dat wijst naar de aarde, naar hoe mensen leven toen en nu. Nog altijd worden kinderen geboren in barre omstandigheden en is het in grote delen van de wereld allerminst zeker, dat zij ook volwassen zullen worden. Oorlogen, conflicten, armoede, droogte, hongersnood, ziektes doen veel kinderen sterven. Het maakt alle verschil of je wieg hier in het Westen stond, in een rubberbootje op de Middellandse Zee, in een hut in Zuid Soedan, in een kartonnen doos in een drugspand. Hoe groei je dan op, als het leven een gevecht op leven en dood is?

Dit kind, geboren in armoedige omstandigheden, wiens ouders moesten vluchten, omdat koning Herodes alle pasgeboren jongetjes liet doden uit angst, dat één van die jongetjes de nieuw koning zou zijn, wijst ons op de droom van God die zo anders is: een wereld waarin vrede is, waar mensen naar elkaar omzien, elkaar helpen en steunen. Een wereld waarin wat er is wordt gedeeld, zodat niemand armoede of honger lijdt, niemand hoeft te vluchten voor geweld, omdat er respect en verdraagzaamheid is, ook al bidden we tot verschillende goden of tot geen enkele god. 

Kerstmis is een oproep om te delen, om grenzen te overschrijden, contact te leggen, te geven, vrede te sluiten. Als we zo leven, dan leeft dat licht in ons en straalt het uit onze ogen. 

Licht in onze huizen, licht en vrede in onze harten, kwetsbaar en klein, als een kind, maar groot als we delen. 

Vrede op aarde, moge het waar worden!