Beleid Uitvaartvieringen in de parochies Heilige Geest, HH. Jacobus en Johannes en de Goede Herder

 ‘Wie barmhartig is, begraaft uit haar midden de overledene’

  1. Inleiding

In de afgelopen jaren zien wij een toename van diversiteit in de manieren waarop mensen afscheid willen nemen van hun dierbare overledenen. Een vaak gehoorde term is daarbij dat mensen graag op hun “eigen manier” afscheid van een dierbare willen nemen. Voor de Kerk is dit verlangen een uitdaging. De Kerk heeft een eeuwenlange traditie in het verzorgen van de uitvaarten en het brengen van de laatste eer aan onze dierbare doden. Deze traditie is divers, maar heeft altijd het geloof in de belofte van Christus dat wij eens met Hem zullen verrijzen als uitgangspunt.

De verlangens van personen die gaan overlijden en de nabestaanden worden ook gevoed door de mogelijkheden die uitvaartondernemers bieden. Zij hebben daarbij een eigen en commercieel belang. De belangen en wensen van de nabestaanden en de uitvaartondernemers gaan in toenemende mate verder dan datgene wat de Kerk redelijkerwijze – rekening houdend met de traditie en het geloof waarvoor zij staat – kan bieden. Dit beleidsplan wil duidelijk maken waar de mogelijkheden liggen en waar grenzen zijn. Het kan niet zo zijn dat de Kerk haar gebouwen beschikbaar stelt voor een sfeervol afscheid, conform de uitsluitende wensen van de overledene en de nabestaanden. Een Kerk is meer dan een gebouw, het is een gemeenschap die het geloof in Jezus Christus uitdraagt en daarvoor staat.

Dit beleidsplan wil ook duidelijk omschrijven welke vieringen mogelijk zijn en uitleggen wat de achtergrond van die vieringen is. Kennis omtrent de achtergronden van de uitvaartrituelen in de Kerk is sterk verminderd; niet alleen bij nabestaanden, maar ook bij uitvaartondernemers.

De doden de laatste eer bewijzen, hen gedenken en voor hen bidden, hen met liefde omringen en hen op een waardige wijze uitgeleide doen, is van oudsher een werk van barmhartigheid dat de Kerk serieus neemt en die uitdrukkelijk tot de taken van de Kerk behoort.

  1. Vormen van vieringen

 Achtergrond uitvaartliturgie

De Kerk kent een eeuwenlange traditie van afscheid nemen van een dierbare overledene. Dit komt tot uitdrukking in de rijkdom van de liturgie rondom afscheid, gevoed door het geloof dat het sterven niet het einde is, maar een overgang naar het eeuwig leven. Essentieel daarbij is dat wij voor de doden bidden. Wij bidden dat zij opgenomen mogen worden in het hemels Vaderhuis en dat zij in de Liefde van God mogen zijn. Een ander essentieel element is de troost en de nabijheid waarmee de gelovige gemeenschap de nabestaanden wil omringen en hen tot steun wil zijn in de verwerking van het verlies.

Er wordt vaak gedacht dat een kerkelijke uitvaart een sacrament is. Dat is niet het geval. Een sacrament dat met de dood verbonden kan worden is het H. Sacrament van de Zieken, dat vaak wordt toegediend aan ernstig zieken. Daarnaast is het zo dat in iedere viering van de

  1. Eucharistie voor de doden kan worden gebeden om hen te gedenken en toe te vertrouwen aan de Liefde van God.

De opbouw van de uitvaart liturgie houdt verband met de weg die de nabestaanden moeten gaan om afscheid te kunnen nemen. Eerst worden herinneringen opgehaald, vervolgens luisteren we naar de woorden van de H. Schrift waarin ons verrijzenisgeloof tot uitdrukking wordt gebracht om daarna met vertrouwen de overledene in de handen van God te leggen en het stoffelijk overschot letterlijk uit handen te geven.

Een essentieel onderdeel van iedere uitvaartliturgie is daarom de “laatste aanbeveling ten afscheid”, vaak ook aangeduid met het woord “absoute”. Deze eenmalige ritus is de allerlaatste handeling waarmee namens de Kerk de dode eer bewezen wordt en aanbevolen wordt bij en uit handen gegeven aan God. De baar, de gesloten kist, wordt daarbij besprenkeld met wijwater, ter herinnering aan het H. Doopsel dat de overledene heeft ontvangen en waarmee hij de belofte heeft ontvangen dat hij met Christus door de dood naar de verrijzenis zal gaan. Daarna wordt de baar bewierookt om daarmee het stoffelijk overschot eer te bewijzen als drager van de H. Geest. Deze ritus behoort in de kerkelijke traditie echt de laatste handeling te zijn, behoudens de korte ritus die op de begraafplaats of in het crematorium kan plaatsvinden. Het is daarom niet gepast om na de laatste aanbeveling ten afscheid, de kist opnieuw te openen en mensen alsnog de gelegenheid te geven om van de overledene afscheid te nemen. Het is raadzaam om met deze gegevenheid rekening te houden als een condoleance wenselijk is.

Voor alle vieringen rond het afscheid van een overledene dient het aanbeveling dat de   voorganger de rituelen en symbolen die de Kerk gebruikt, kort duidt of in de liturgieboekjes kort worden beschreven, aangezien ze niet meer bekend zijn voor iedereen.

Belangrijk is daarnaast dat de Schriftlezingen en Gebeden Christus’ Boodschap uitdragen in verbondenheid met het leven en sterven van de overledene. Schriftlezingen zijn lezingen uit de H. Schrift en niet bewerkingen daarvan. In de uitvaartliturgie van onze parochies worden de  Willibrordbijbel in de vertaling van 1978 (die in de weekendliturgie wordt gebruikt) of de vertaling van 1995 of de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) gebruikt. In de uitvaartvieringen die gebedsvieringen zijn, kunnen naast de lezingen uit de H. Schrift ook andere bezinnende teksten of gedichten worden gebruikt, mits deze getuigen van de diepere boodschap die Christus ons gegeven heeft.

Vieringen ten afscheid in een kerk en in verbondenheid met de Kerk zijn geen privé-aangelegenheden, maar openbare vieringen. Tenzij de openbare orde of de rust in de kerk of de gemoedsrust van de directe nabestaande daarmee is gediend, kan niemand de toegang tot de viering worden geweigerd.

In toenemende mate wordt aangegeven door nabestaanden, al dan niet op uitdrukkelijke wens van de overledene, dat er een uitvaart in besloten kring plaats gaat vinden.

Uitdrukkelijk wordt vermeld dat vieringen in parochiekerken altijd openbaar zijn. Het staat nabestaanden vrij om beperkt uit te nodigen. De viering blijft openbaar en niemand kan de toegang worden ontzegd, tenzij om de hiervoor gegeven redenen. De plechtigheden op het kerkhof of crematorium zijn van een andere aard en kunnen desgewenst door een beperkte groep worden bijgewoond.

Gezien de privacywetgeving zoals die in Nederland geldt, is het niet mogelijk om tijdens de vieringen in de kerk beeldopnamen en/of geluidsopnamen of directe uitzendingen via de media te maken, tenzij voorafgaand aan de viering dit kenbaar is gemaakt aan de deelnemers van de viering. Maar ook dan strekt het tot aanbeveling om zo min mogelijk mensen direct in beeld te brengen, tenzij dit met nadrukkelijke instemming van de desbetreffende persoon gebeurt. Ook de voorgangers moeten van het voornemen dat er beeldopnamen worden gemaakt, ruim voor de viering op de hoogte worden gebracht. Wil een desbetreffende voorganger dit niet, dan zal er in overleg  de mogelijkheid geboden worden om een andere voorganger te vragen die hiertegen geen bezwaar heeft.

In de verschillende geloofsgemeenschappen van onze drie parochies zijn er afspraken gemaakt met koren omtrent de muzikale verzorging van de avondwake en uitvaartviering. In principe verleent het koor van de geloofsgemeenschap haar medewerking aan de uitvaartviering en is haar bijdrage substantieel. In voorkomend geval kan er een lied of muziek via andere media ten gehore worden gebracht, passend in de uitvaartliturgie en de sacraliteit van de ruimte. Het kan niet zo zijn dat de inzet van deze vrijwilligers niet van belang is door de muziek via andere media. Tijdig en goed overleg tussen nabestaanden, uitvaartverzorger, voorganger en koor is van groot belang, om teleurstellingen te voorkomen. Niet ieder koor heeft de mogelijkheden om alles ten gehore te brengen wat door nabestaanden gewenst wordt.

Indien een geloofsgemeenschap niet beschikt over een koor dat haar medewerking aan een uitvaartviering kan verlenen, kunnen koren uit andere geloofsgemeenschappen gevraagd worden.

In principe zijn alle vieringen ten afscheid, vieringen van Woord en Gebed. Het uitreiken van de H. Communie kan bij uitzondering en alleen als daar goede redenen voor zijn plaatsvinden. Tijdens een avondwake wordt geen H. Communie uitgereikt. Ook als de familie sterk aandringt op het ontvangen van de H. Communie, is de voorganger geroepen om de betekenis van het ontvangen van de H. Communie te duiden en te vragen of de bezoekers van de viering de betekenis daarvan verstaan. Ervaring leert inmiddels dat bezoekers van uitvaartvieringen niet altijd raad weten met het ontvangen van de H. Communie. Ze voelen zich er zelfs ongemakkelijk bij. Daarom is het uitreiken van de H. Communie tijdens uitvaartviering uitzondering. Temeer omdat het ontvangen van de H. Communie voorbehouden is aan hen die het H. Doopsel hebben ontvangen en leven in verbondenheid met de Rooms-katholieke Kerk. Als, bij uitzondering, tijdens de uitvaartviering de

  1. Communie wordt uitgereikt, dan dient de voorganger dit te doen volgens de liturgie die gegeven is in de Map voor Woord- en Communievieringen zoals die door het pastoraal team is vastgesteld. Daarnaast dient de voorganger tijdens de viering duidelijk te maken dat zij die niet rooms-katholiek zijn, tijdens de uitreiking van de H. Communie naar voren kunnen komen om een zegen of handdruk te ontvangen.
  2. De vieringen

In grote lijnen kennen wij in onze parochies de volgende vieringen rond het afscheid van een dierbare:

  • Avondwake
  • Uitvaartviering overdag
  • Uitvaartviering ’s avonds
  • Viering in het crematorium

Avondwake:

De avondwake kent haar oorsprong in de traditie dat nabestaanden en anderen zolang de overledene ‘boven aarde stond’, bij elkaar kwamen om voor de dode te bidden. Vroeger gebeurde dat op de deel van de boerderij of na afloop van een Mis in de kerk. Een avondwake is een gebedsviering op de avond voorafgaand aan de uitvaartviering de dag erna. Het is een ingetogen viering, die een voorbereiding is op het definitieve afscheid op de volgende dag. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar hen die achterblijven. Men wil elkaar troost bieden, solidair zijn met elkaar in woord en gebed en de overledene gedenken. In de avondwake worden woorden van geloof gesproken en Schriftlezingen gelezen. Tijdens de avondwake – en in elke viering ten afscheid van een overledene – brandt de Paaskaars als symbool van de verrijzenis van Christus, het Licht van de wereld die de dood overwon.

 

Er dient een duidelijk onderscheid te zijn tussen de symbolen van de avondwake en de symbolen die gebruikt worden in een uitvaartviering. De avondwake is geen viering ten afscheid. Het is een wake, ook als het de wens is van de familie om de volgende dag in kleine familiekring een uitvaartviering te houden of alleen een bijeenkomst in het crematorium te hebben of op de begraafplaats.

Daarom staat de kist met de overledene bij een avondwake in onze parochies niet vóór het priesterkoor in de kerk en is er geen laatste aanbeveling ten afscheid. Deze beide elementen zijn essentieel voor een uitvaartviering.

Daar waar in de geloofsgemeenschappen draagvlak is en alle betrokkenen bereid zijn mee te werken, is het mogelijk een avondwake op zondagavond te houden. Er dient wel voor gezorgd te worden dat de avondwake een avondwake blijft! De viering mag geen vervanging zijn van de weekendliturgie. Het heeft in voorkomend geval de voorkeur om de overledene te gedenken tijdens de weekendviering. Er zijn daar verschillende goede momenten voor te vinden: aan het begin van de viering waarbij een kaars wordt aangestoken voor de overledene, tijdens de voorbeden en mededelingen.

 

De kerk is een liturgische ruimte. Het condoleren van de familie na een avondwake vindt bij voorkeur plaats in het mortuarium en niet in de kerk. Onder bepaalde omstandigheden, of als dit om praktische redenen noodzakelijk is, zou het condoleren in de kerk kunnen plaatsvinden. In dat geval dienen de kosters en uitvaartverzorgers er op toe te zien dat de rust en de eerbied die in de kerk als gewijde ruimte vereist is, worden gerespecteerd.

Uitvaartviering overdag

In de uitvaartviering richt de aandacht zich op de overledene in het licht van het geloof.

Het uitgangspunt is dat overledenen uitgedragen worden vanuit en door leden van hun geloofsgemeenschap. Dit is één van de werken van barmhartigheid en we scharen dit onder de pastorale nabijheid in de drieslag van het pastoraal beleid. Van oudsher is dit de viering waarin de christelijke geloofsgemeenschap afscheid neemt van de overledene in het hoopvolle perspectief van de verrijzenis van Christus.

Als de uitvaartviering plaatsvindt na een avondwake de dag ervoor, dient de voorganger er voor te waken dat de uitvaartviering een herhaling van zetten is. De uitvaartviering is een voltooiing van het liturgisch afscheid nemen dat de avond daarvoor begonnen is. De overledene wordt voor de laatste keer, met het hoofdeinde richting het altaar, in ons midden geplaatst, om definitief afscheid te nemen. De Paaskaars, het Licht van Christus, brandt opnieuw en de kaarsen rond de baar worden hieraan ontstoken.

De uitvaartviering, ook als deze plaatsvindt zonder een voorafgaande avondwake, is het moment om als gelovigen te getuigen van onze hoop dat er een leven is na de dood en dat wij verbonden blijven met Christus. Dit geloof dient in verbinding te worden gebracht met de persoon van de overledene.

De laatste aanbeveling ten afscheid is de laatste liturgische handeling die in deze viering,  gericht op de overledene, plaatsvindt.

Uitvaartviering ’s avonds

 Uitvaartvieringen in de avond sluiten wij als mogelijkheid niet uit. Voor deze viering gelden dezelfde regels als voor een uitvaart overdag (zie hierboven). Het mag duidelijk zijn dat de uitvaartviering op de avond geen aangepaste avondwake is! Aandacht wordt hier met name gevraagd voor het afscheid nemen van de overledene door de bezoekers van de viering. Als de familie het wenselijk acht om de kist geopend te hebben tijdens de condeloance is het niet mogelijk de laatste aanbeveling ten afscheid aan het einde van de viering te doen.

Het verdient in voorkomend geval aanbeveling het afscheid nemen van de overledene voor de viering te plannen en het condoleren van de nabestaanden na de viering te doen.

Een uitvaartviering ‘s avonds is alleen mogelijk als er in de geloofsgemeenschap draagvlak is en alle betrokkenen bereid zijn hier aan mee te werken. De begrafenis of crematie vindt  de volgende dag plaats in kleine kring.

Viering in het crematorium of korte ritus op begraafplaats

Er kunnen omstandigheden zijn waardoor de nabestaanden kiezen voor een afscheid van hun dierbare zonder bijeenkomst in de kerk. In voorkomend geval kunnen voorgangers een korte, liturgische plechtigheid houden in het crematorium. De laatste aanbeveling ten afscheid maakt daarvan deel uit, maar voor het overige is het beperkt. Er moet naar worden gestreefd om in die omstandigheden in ieder geval ook te lezen uit de H. Schrift en het Onze Vader te bidden.

Indien er alleen een plechtigheid op een begraafplaats plaatsvindt, geldt hetzelfde als hiervoor omschreven bij een plechtigheid in het crematorium, met dien verstande dat dan de laatste aanbeveling ten afscheid ook kan worden benut – indien dit nodig is – de plaats van het graf te zegenen.

In beide omstandigheden dient de voorganger naar bevinden van zaken te handelen en dient de familie zich bewust te zijn van het beperkte karakter.

  1. Voorgangers

 In onze drie parochies zijn de voorgangers bij avondwaken en uitvaartvieringen toegeruste vrijwilligers, met een zending van het pastorale team. Zij die dit werk van barmhartigheid willen doen, ontvangen daarom een verplichte uitvaartcursus. Van hen wordt verwacht dat zij in staat zijn om vanuit het gelovig perspectief van de Rooms-katholieke Kerk, nabestaanden te begeleiden bij het afscheid van hun dierbare en met aandacht en toewijding de liturgie rond dit afscheid te verzorgen.

De toegeruste vrijwillige voorgangers in uitvaartvieringen hebben het vertrouwen van het pastoraal team en het parochiebestuur. Dit betekent ook dat zij – tenzij evident duidelijk is dat dit onmogelijk is – altijd kunnen vertrouwen op de steun van het pastoraal team als er onverhoopt een conflict ontstaat tussen de voorganger en de nabestaanden of uitvaartverzorger. Het pastoraal team en het parochiebestuur verwachten derhalve wel dat voorgangers het beleid onderschrijven en uitvoeren, en dat zij contact hebben met het pastorale team in verband met hun diaconale opdracht.

Zij doen dit namens en onder de verantwoordelijkheid van het pastoraal team. Indien zij stuiten op vragen of situaties waarin zij advies of hulp nodig hebben, zijn de de leden van het pastoraal team de eerst aangewezen gesprekspartners. Indien er wensen zijn van nabestaanden met betrekking tot de uitvaart die niet gebruikelijk zijn, overleggen zij eerst met de pastoor of een ander lid van het pastoraal team, alvorens toezeggingen te doen aan de nabestaanden. De vrijwillige voorgangers in de uitvaartliturgie zijn ook bereid om aanwijzingen die de pastoor, het pastoraal team of het bestuur van de parochie hen geeft, op te volgen.

Het is wenselijk dat de vrijwillige voorgangers periodiek samen komen voor reflectie en overleg. Bij voorkeur vinden deze bijeenkomsten plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiging uit het pastoraal team.

 Tijdstip van de uitvaartviering

De uitvaartvieringen kunnen op zes dagen van de week plaatsvinden. Uitvaarten kunnen niet plaatsvinden op zondag en zaterdag na 12.00 uur. Eerste en tweede Kerstdag, eerste en tweede Paasdag en eerste en tweede Pinksterdag zijn zondagen. Er zijn geen uitvaartvieringen mogelijk op Nieuwjaarsdag, Hemelvaartsdag en Koningsdag.

Avondwake en Uitvaartvieringen kunnen niet op Aswoensdag ‘s avonds en de avond van 4 mei.

Tijdens het Paastriduüm gelden de onderstaande afspraken:

Op Witte Donderdag: kan er bij uitzondering een uitvaartviering plaatsvinden tot 12.00 uur.

Er is op die dag geen uitvaartviering mogelijk met eucharistie  en er kan ook geen communie worden uitgereikt. Witte Donderdag ’s avonds is geen enkele avondwake of uitvaartviering mogelijk, maar is het heel goed mogelijk om in de eucharistievering van Witte Donderdag ‘s avonds de overledene te gedenken en op gepast wijze aandacht te besteden aan de nabestaanden. Ook niet als er in een betreffende kerk geen Witte Donderdagviering is, is er geen avondwake of uitvaartviering mogelijk gezien het bijzondere karakter van Witte Donderdag.

Op Goede Vrijdag: ’s ochtends is het heel goed mogelijk een uitvaartviering te hebben, er wordt op Goede Vrijdag geen eucharistie gevierd en er kan geen communie worden uitgereikt. Bij voorkeur worden dan de klokken niet geluid. Vanaf 12.00 uur staat de kerk en dat zijn allen die zich tot die kerk mogen rekenen, stil bij het lijden en sterven van onze Heer. Andere vieringen zijn daarom niet mogelijk.

Op Paaszaterdag: is een uitvaartviering mogelijk tot 12.00 uur, maar dan kan geen eucharistie plaatsvinden en er kan ook geen communie worden uitgereikt. Bij voorkeur worden de klokken niet geluid.

  1. Viering van Allerzielen

In de geloofsgemeenschappen van onze parochies worden de Allerzielenvieringen, gevierd op 2 november ’s avonds, tenzij 2 november op een zondag valt, dan is de zondagsviering het aangewezen moment. In de drie eucharistische centra gaat een priester voor in een requiemmis. Zij doen dit in nauwe samenwerking, met de toegeruste parochianen die voorgaan in avondwaken en uitvaarten, van de drie geloofsgemeenschappen. In de overige geloofsgemeenschappen gaan de toegeruste vrijwilligers en/of pastoraal werkers voor in de Allerzielenviering (Gebedsviering). Omdat deze toegeruste vrijwilligers voorgaan in de avondwaken en uitvaarten vindt het pastorale team begrijpelijk dat zij er waarde aan hechten om voor te gaan in de Allerzielenvieringen. De Allerzielenherdenking op de begraafplaatsen zullen plaatvinden zoals op dit moment gebruikelijk en de leden van het pastorale team zullen hierbij betrokken blijven.

  1. Momenten van herdenken en bidden

 Het pastoraal team heeft het voornemen om periodiek in de drie eucharistische centra, tijdens de eucharistieviering viering van de zondag of op een ander moment, de doden van een voorgaande periode specifiek te gedenken en voor hen te bidden door hen bij name te noemen tijdens het eucharistisch gebed. De nabestaanden worden hiervoor uitgenodigd en na afloop van de viering is er dan gelegenheid om elkaar te ontmoeten tijdens een kop koffie.

  1. Het verhuren en/of ter beschikbaar stellen van het kerkgebouw

Het kerkgebouw is een gewijde, sacrale ruimte. Van het kerkgebouw kan alleen gebruik worden gemaakt voor een viering als het om een christelijke uitvaart gaat. Als God, in Zijn sacrale ruimte, niet in woord en gebed genoemd mag worden op wens van de nabestaanden, is het kerkgebouw niet een geschikte plaats voor een uitvaartviering of avondwake en derhalve niet beschikbaar. Tevens is er altijd één toegeruste vrijwilliger van één van onze drie parochies betrokken bij de voorbereiding van deze viering en de viering zelf. Als er gebruik gemaakt wordt van kerkgebouwen die tot onze parochies behoren, dienen de gebruikers te allen tijde de gebruiken en tradities van de Kerk te respecteren en de sacraliteit van het gebouw te eerbiedigen.

Als vrijwilligers van de parochie/geloofsgemeenschap werken of in dienst zijn  van een begrafenisondernemer of uitvaartcentrum of als zelfstandige, kunnen zij niet in die hoedanigheid gebruik maken van onze kerkgebouwen om voor te gaan in uitvaarten. Het begraven van onze overledenen is een taak van de geloofsgemeenschap zelf, ook als er alleen een afscheid in het crematorium is gaan de vrijwilligers van onze geloofsgemeenschappen daar in voor.

  1. Algemeen

 De overledene, voor wie de avondwake en/of uitvaartviering wordt verzorgd, dient wel ingeschreven te staan als lid van de desbetreffende parochie/geloofsgemeenschap of deze parochie/geloofgemeenschap als voorkeursparochie te hebben opgegeven. Parochianen uit onze parochie die opgenomen zijn in een verpleeghuis elders of kinderen die elders studeren behouden het recht op een avondwake en uitvaart vanuit onze parochie.

Omdat bij verhuizingen de SILA (Interkerkelijke Leden Administratie) dit automatisch doorgeeft is het van groot belang de mensen bij verhuizing er op attent te maken dat men automatisch mee-verhuist naar een andere parochie of geloofsgemeenschap. Men zal dan zelf de voorkeur-geloofsgemeenschap moeten inlichten dat men te zijner tijd daar de avondwake, uitvaart en eventuele begrafenis wil. Dit om onnodige problemen te voorkomen.

Voor begrafenissen op de verschillende parochiële kerkhoven beslist het algemeen reglement.

Omdat bewoners van verpleeghuizen automatisch inwoner worden van de gemeente waar het verpleeghuis staat, behoren ze ook tot de geloofsgemeenschap in die plaats. Daarom hebben zij ook het recht om vanuit deze geloofsgemeenschap uitgedragen te worden. Mochten deze mensen een voorkeursparochie hebben aangegeven, dan worden zij vanuit die parochie uitgevaren.

  1. Beleid voor de toekomst

 Het pastoraal team acht het wenselijk dat voor de drie parochies een gezamenlijk groep vrijwillige voorgangers gevormd wordt, die – in het geval er in één van de locaties geen voorganger voor een uitvaart beschikbaar is – ingezet kunnen worden in alle locaties van de drie parochies. Dit om continuiteit in de uitvaartverzorging vanuit de parochies te kunnen garanderen.

Het pastorale team gaat alleen voor in uitvaarten van overledenen waarmee zij een langdurig pastorale relatie of familiaire band hebben. Enkel het bedienen van het Sacrament van de zieken of een ziekenzegen, betekent niet vanzelfsprekend dat deze priester of pastoraal werker ook voorgaat in de uitvaartviering.

Als er een priester of pastoraal werker in de familie van de overledene aanwezig is en de wens heeft om de uitvaart van zijn/haar familielid te verzorgen, kan deze, na toestemming van de pastoor van de parochie, voorgaan in de uitvaartviering.

Het pastorale team wil er voor waken dat familieleden zelf (emeriti) priesters of pastoraal werkers benaderen om voor te gaan in uitvaarten. Voor deze priesters en pastoraal werkers van buiten, geldt dat zij alleen onder bijzondere omstandigheden en na toestemming van de pastoor voor kunnen gaan in uitvaartvieringen.

 

Vastgesteld donderdag 6 februari 2020

Ingangsdatum van dit nieuwe beleid is: 01 april 2020